Thema nieuw seizoen:

Lichaam en geest

Inleiding

Plato, de oervader van de westerse filosofie, verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest. Alle materie zag Plato als tijdelijk en vergankelijk en dus minderwaardig en het geestelijke zag hij als eeuwig en onveranderlijk.  Plato bracht aldus een onderscheid aan tussen het lichaam van de mens, dat louter materie is, en de ziel van de mens die zuiver geestelijk is. Zij zijn van elkaar onderscheiden, want ze behoren tot twee verschillende zijnssferen. Vandaar Plato’s opvatting dat het lichaam van de mens de kerker is van de ziel. Plato heeft met dit gedachtegoed een enorme invloed gehad op het vroege christendom. Ook later in de westerse filosofie maakten filosofen zoals Immanuel Kant en René Descartes  een onderscheid tussen lichaam en geest en stelden het menselijk denkvermogen centraal.

Welke ideeën hebben verschillende filosofen ontwikkeld ten aanzien van de verhouding lichaam en geest? En hoe kan aandacht voor het lichaam begunstigend werken voor een gezonde geest? Maar ook: hoe kan aandacht voor een gezonde geest helend werken of bijdragen aan genezing of verbetering van kwaliteit van leven? Wat vinden we in de Bijbel over de plaats van het lichaam? Welke rol heeft het lichaam in het christendom, de islam en het jodendom door de eeuwen heen? Hoe kan het ritueel, dat religie “doet”, bijdragen aan een gezamenlijke geestelijke beleving? Welke rituelen bestaan al eeuwenlang? Zijn er nieuwe rituelen denkbaar? Welke lichamelijke rituelen, waarbij het lichaam centraal staat, zien we in niet-westerse religieuze culturen zoals de dans.